Gepost door: jambotanzania | 6 september, 2007

Safari in de Serengeti en in de Ngorongoro-krater

Na een indrukwekkende week in Mugumu zijn we op maandag 30 juli  via de nationale parken teruggegaan naar Arusha – maar dan wél met een safari! Op de planning stond een rit van drie dagen, per jeep, dwars door de mooiste gebieden van Tanzania: het Serengeti nationaal park en de beroemde Ngorongoro-krater. ’s Ochtends vertrokken we met twee van de drie jeeps, de derde bleef achter voor een paar mensen die ziek waren geweest en nog even zouden wachten. Al direct na vertrek werden we getrakteerd op een fantastisch uitzicht: een grote kudde gnoes stak in volle galop de weg over, allemaal op één punt op de weg en achter elkaar aan. Een onophoudelijke stoet kwam voorbij, tot we uiteindelijk de rij doorbraken door verder te rijden. Na een tijdje kwamen we aan in Serengeti national park, waar we al snel van de ‘grote’ weg af gingen op zoek naar de beste plekken om wild te zien. Zo kwamen we bijvoorbeeld bij een klein meertje dat helemaal vol lag met enorm veel nijlpaarden, een heel mooi gezicht. Daar konden we ook even de auto uit en ze nog beter bekijken. Ook zagen we langs de weg heel erg veel giraffen, zebra’s, gnoes, impala’s en gazelles: deze grazers komen in grote aantallen voor in de Serengeti. Wat ook heel bijzonder was, was dat we een luipaard zagen die in een boom was gaan liggen en zijn prooi (een impala) ook de boom in had gesleept. Later zagen we ook een paar keer een leeuw in een boom, vanaf een paar meter afstand, super! Ook zagen we natuurlijk olifanten, en later ook hyena’s: Tanzania is dus écht het land van de leeuwenkoning!

imga0499.jpg

Die nacht sliepen we in een tentenkamp midden in het nationaal park. Daar stonden de tenten al klaar en was er voor ons gekookt, heel goed verzorgd dus. Inmiddels was ook de jeep met de laatste mensen aangekomen, en ook zij hadden geluk gehad en heel veel dieren gezien. Super dus! De volgende dag vertrokken we al vroeg en veranderde het landschap al snel, van een gebied met nog wel wat bomen, tot een eindeloze vlakte waar alleen wat struikjes groeiden. Een heel mooi, weids gezicht! Na een mooie rit hier dwars doorheen kwamen we aan bij de Ngorongoro-krater, een krater met een doorsnee van zo’n 20 (!) kilometer waarin heel erg veel dieren leven. Met de jeep gingen we de krater in en inderdaad, het was er prachtig met heel erg veel dieren. Daar lunchten we ook aan een meertje, waar de vogels zo gewend waren aan de mensen dat ze het brood van Cindy zo uit haar hand pakten. Na het vervolg van onze tocht reden we de krater weer uit, wat echt een heel erg mooi gezicht was, en kwamen we uit op onze tweede camping van de tocht. Daar wachtte ons een verrassing: twee olifanten waren langsgekomen, liepen over de camping heen en dronken uit de watertank. Niet voor niets werden we dus gewaarschuwd om die nacht geen eten in de tent te laten, want dat zou je op een bezoekje van hyena’s komen te staan! Na te hebben gegeten en nog even wat te hebben gedronken, gingen de meeste mensen vroeg slapen.

De volgende dag, na een koude, maar hyena-loze nacht, vertrokken we voor de laatste etappe, de tocht naar Arusha. Die reis verliep goed en we kwamen tegen de middag in Arusha aan. Zo kwam er een einde aan een fantastische safari, die ons een heel ander stuk van Tanzania had laten zien: de mooie en ongerepte natuur. We hadden het al gemerkt aan de geweldige hartelijkheid, gastvrijheid en levensvreugde van de mensen die we hadden ontmoet, maar het werd ook hier weer duidelijk, hoe rijk landen ondanks hun armoede kunnen zijn. Het was een hele indrukwekkende ervaring die niemand van ons snel zal vergeten.

Paulien Boone


Laat een reactie achter

Jouw reactie:

Categorieën