1. Je bent in het warme Tanzania en je ziet een stilstaand meertje. Wat doe je?
a. Je blijft er uit de buurt vanwege de ziektes die je in het water kan oplopen.
b. Je springt erin; in het water ben je veilig voor malariamuggen.
c. Je gaat pootjebaden om af te koelen; het is belangrijk om je lichaamstemperatuur op peil te houden.
2. Hoeveel mensen sterven er in Tanzania dagelijks aan de gevolgen van AIDS?
a. 370
b. 165
c. Dit is onbekend, aangezien een sterfgeval als gevolg van AIDS vaak wordt afgedaan met een andere doodsoorzaak.
3. Wat moet je doen om malaria te voorkomen?
a. Muggennet, ’s avonds zo min mogelijk kleding aan, insmeren met DEET.
b. Muggennet, bedekkende kleding, insmeren met DEET
c. Muggennet, bedekkende kleding, insmeren met suikerwater
4. Wat is de prijs van een doktersbezoek in Tanzania?
a. 4 dollar
b. Voor locals 2 dollar, voor toeristen 50 dollar
c. 6 dollar boven en 10 dollar onder de tafel om de wachtlijsten over te kunnen slaan.
5. In landelijke gebieden zijn er meer traditionele dan westers geschoolde dokters voorhanden. Wat is de verhouding?
a. 1 traditionele op 30 inwoners versus 1 westerse op 200 inwoners.
b. 1 op 100 versus 1 op 5000 inwoners.
c. 1 op 150 versus 1 op 33.000 inwoners.
6. Hoe kan je hondsdolheid oplopen?
a. Gebeten worden door een zieke hond.
b. Gebeten of gelikt worden door een zieke hond, vleermuis of kameel.
c. Het aaien van een zieke hond of kat.
7. Hoeveel geld wordt er jaarlijks per persoon uitgegeven aan gezondheidszorg?
a. 12 dollar.
b. 30 dollar.
c. 80 dollar.
8. Je loopt op de markt in Dar es Salaam en komt langs een eetkraampje. Wat doe je?
a. Je koopt je lievelingseten, rauwe schaaldieren.
b. Je koopt een appel en spoelt hem goed af onder de kraan.
c. Je koopt niets.
9. Op welke plek (van de 177) staat tanzania in de Human Development Index van UNDP?
a. 78
b. 133
c. 164
10. Wat is de gemiddelde leeftijd van de bevolking van Tanzania?
a. 18
b. 25
c. 30
11. Als je malariatabletten als malarone slikt, wat moet je dan doen bij terugkomst in Nederland?
a. Nog een week blijven smeren met DEET.
b. Nog een week medicijnen blijven slikken.
c. Nog een week geen alcohol gebruiken.
12. Hoeveel procent van de bevolking is besmet met HIV?
a. Tussen de 2 en 5 procent.
b. Tussen de 8 en 12 procent.
c. Tussen de 20 en 25 procent.
De goede antwoorden:
1A, 2A, 3B, 4A, 5C, 6B, 7A, 8C, 9C, 10A, 11B, 12B


